Als je op deze pagina bent aangeland, dan ben je misschien een beetje nieuwsgierig geworden naar die ene Weg, die je naar de Oase zal brengen.

Ik wil je graag een  vertellen. Dat lukt niet in een paar zinnen, en daarom nodig ik je uit om even de tijd te nemen. Kies een goed moment, dat je er rustig voor kunt gaan zitten met een kopje thee, lekker op de bank of in de tuin.

Zoals dat met verhalen gaat, werkt ook deze het beste als je je eraan overgeeft. Als je je hart opent en je je helemaal in de hoofdpersoon inleeft. Dus ga lekker zitten, en laat je gewoon maar meevoeren...

Stel je voor dat je gedurende je leven in de woestijn al heel lang op zoek bent naar die Oase van Levend Water waar je zoveel over gehoord hebt. Waar je ook was in de woestijn, de Oase was zo groot dat je hem altijd kon zien liggen aan de horizon. Je hebt al verschillende wegen uitgeprobeerd om er te komen, de ene nog breder en toegankelijker dan de andere, en allemaal hadden ze bewegwijzering die naar de Oase leken te leiden. Edelstenen wegaanduidingen met "Geldweg," "Huisje-Boompje-Beestje-straat" en "Laan der Wijsheid en Kennis" heb je allemaal gevolgd, maar steeds kwam je niet aan bij de Oase. Sterker je nog, je vond langs die wegen geld, een gezin, een woning, kennis en misschien zelfs wat wijsheid, maar in feite bleef de Oase alleen maar aan de horizon zichtbaar. Je bleef vervelende gesprekken, lastige situaties en verdrietige gebeurtenissen meemaken. Je bleef onbegrip ontmoeten en je bleef druk van andere mensen ervaren. Niet de hele tijd misschien, maar wel regelmatig.
Bovendien had je altijd al vaag het gevoel: "Er is meer".

Ten langen leste vind je,  moe en uitgeput, nog ergens een heel smal kronkelig paadje, met allerlei stenen en gaten, en een half vergaan houten bordje met "Ik ben de Weg". Er stond ooit ook nog op van wie dat citaat was, maar iemand heeft de naam onleesbaar gemaakt door hem met vuur zwart te blakeren. Wie zou nou zo'n klein wegwijzerbordje in brand willen steken, zo belangrijk kon dit paadje toch niet zijn...?

De brede wegen uit je verleden waren druk bezocht, daar had je gezelschap en vertier, 's nachts sliep je in een goed bed. Ok, soms was je leven stiekem wel een beetje een sleur geworden, vroeg je je af of je man je nog wel aantrekkelijk vond en eigenlijk was je wel steeds vaker erg moe.  Op een gegeven moment ben je maar minder gaan werken, of misschien ben je wel gestopt met werken. Een mens kan tenslotte maar zoveel aan, meer konden ze echt niet van je vragen, je gaf al zoveel.

Je aarzelt nog over dit smalle pad waar je nu staat, je besluit eerst maar eens je licht op te gaan steken voordat je je zomaar in het onbekende stort. Een voorbijganger vertelt je dat op dit paadje veel minder mensen lopen, en die zijn allemaal stoffig en slapen 's nachts buiten. Ze worden de hele dag bespot en uitgelachen door de mensen die hen zien vanaf de brede wegen. 's Nachts worden ze belaagd door allerlei roofdieren en gespuis. De voorbijganger vertelt het licht spottend. Je slikt.
"Maar het gekke is," zegt de voorbijganger nadenkend, "dat het hen ondanks dat alles nooit ertoe brengt het paadje te verlaten, terwijl dat heel makkelijk te doen zou zijn, want alle brede wegen kruisen dat smalle paadje!"

Je bent een beetje huiverig geworden, maar je nieuwsgierigheid wint het. Omdat je al het andere al hebt uitgeprobeerd, besluit je dat smalle, kronkelige paadje te gaan volgen. Je zet je eerste stappen op het pad. Onmiddellijk springen vier grote hyena's het pad op, vlak voor je, en ze versperren je de weg. Waar kwamen die nou ineens vandaan?!!
Ongerust kijk je om, maar de voorbijganger met wie je net hebt gepraat, is in geen velden of wegen meer te bekennen.
De hyena's grommen onheilspellend, ze ontbloten hun tanden en komen langzaam dichterbij. Allemaal staren ze je aan met een duistere, ijzige blik en je verstijft van angst. Je voelt hoe je nekharen overeind gaan staan.
Na een paar lange seconden, zie je hoe de voorste zijn spieren aanspant terwijl hij je blijft aankijken. Je realiseert je dat hij op het punt staat je naar je keel te vliegen! De paniek slaat toe, wat moet je nou doen?! Het lukt je niet je blik los te maken van de blik van de hyena, en het angstzweet breekt je uit. Mijn laatste uur heeft geslagen .

"Verdwijn!!!" klinkt het opeens luidkeels van ergens achter je.
"Ja, verdwijn en kom nooit meer terug, want dit is het grondgebied van de Eigenaar van de Oase en we spreken in zijn naam!" roept een andere stem. In beide stemmen klinkt gezag door.

Ondanks je angst geloof je je oren niet; alsof je een groep roofzuchtige hyena's met wat woorden kan wegsturen!  Angstvallig hou je de voorste hyena in de gaten, ervan overtuigd dat hij en zijn makkers nu niet 1 maar 3 maaltjes zullen kunnen verorberen.
Na wat gegrauw en gedreig naar de twee mensen achter je, kijkt de hyena jou weer aan met die ijzige blik van hem en komt nog een stukje dichterbij. Je doet je ogen dicht en zet je schrap.
Dan komen de twee mensen met snelle stappen naast je staan, en plotseling kiezen de hyena's het hazepad, ondertussen grommend en jankend, en woedend achterom kijkend.
Verbijsterd staar je de beesten na.

Wat was hier nou weer gebeurd?

***

De twee mensen, een man en een vrouw, blijken heel vriendelijk en behulpzaam. Ze nemen je zonder lastige vragen te stellen op in hun midden. Ze hebben niet veel eten en drinken maar delen wat ze hebben onvoorwaardelijk met je. Je bent er aangenaam door verrast. Wat een verschil met de achterdocht en de moeizame vriendschappen op de brede wegen! Gezamenlijk volgen jullie het smalle pad en naarmate de dagen vorderen, begin je je steeds veiliger te voelen bij hen. Hoewel je soms in de verte de hyena's hoort huilen, zie je ze niet en er zijn geen aanvallen meer.

Het blijkt dat de meeste van de groepjes mensen die het pad volgen, de Oase al kennen en bezocht hebben! Ze zijn er zo enthousiast over geraakt dat ze ervoor gekozen hebben om, eenmaal terug in de woestijn, zoekende woestijnreizigers zoals jij de weg te wijzen.
Zo ook deze twee mensen.

Ze vertellen dat de Oase niet ver meer is, nu je de smalle weg hebt verkozen boven de brede weg. Ze dringen er op aan dat je wel door moet lopen en niet te lang moet treuzelen onderweg. "Want zolang je nog niet in de Oase bent geweest val je nog niet onder de bescherming van de Eigenaar ervan - en dan kun je de gevaren onderweg niet goed aan," vertellen ze, alsof het iets heel normaals is.

Eigenaar?! Dat de Oase ook een eigenaar zou hebben, daar had je nog niet over nagedacht. Zou je dan wel zomaar de Oase in mogen gaan? Straks vroeg die eigenaar een toegangsprijs, en je hebt wel wat geld maar dat is niet zo veel.

En die gevaren onderweg dan, waaraan je reisgenoten zo tussen neus en lippen door refereerden. Niet dat je het nog moeilijk vindt je bij die gevaren iets voor te stellen - je huivert bij de gedachte aan de hyena's. Je begrijpt nog steeds niet hoe die bescherming-door-woorden nou heeft kunnen werken, maar je hebt het met eigen ogen gezien: die monsters gingen toch echt ervandoor.

Gelukkig bieden je twee medereizigers aan om met je mee te gaan helemaal tot aan de Oase. "Want wij vallen al wel onder de bescherming van de Eigenaar. Wij zijn zelfs zijn kinderen en daardoor mogen we in zijn naam spreken en handelen. Zo kunnen we zijn bescherming ook over jou vragen, zodat je veilig naar de Oase kunt gaan, maar dat is maar tijdelijk. Je kunt beter zelf ook kennis maken met de eigenaar. Misschien wil je dan ook wel zijn kind worden!" Ze kijken er blij bij, terwijl jij het alleen maar ongelovig kunt aanhoren. Je hoopt maar dat ze dat niet van je gezicht kunnen lezen...
Waar hebben ze het toch over, kind worden van iemand die je nog nooit hebt gezien? Waarom zou je dat willen...? Kijk, zijn bescherming en zijn levende water, tuurlijk, dat wil je wel best hebben, en in zijn naam spreken was misschien ook wel de moeite waard, als je er hyena's mee kon wegsturen, maar om nou zijn kind te worden...? Je ziet het even niet, maar wie weet. Je bent nu zo ver gekomen, je staat open voor alles.
 

Vol goede moed bereid je je voor op je laatste nacht op de smalle weg. Morgen, hebben je twee reisgenoten beloofd, morgen zul je de Oase bereiken, en de eigenaar ontmoeten.
Je twee reisgenoten hebben intussen een kampvuur gemaakt en nodigen je uit bij hen te komen zitten en wat hete kruidenthee te drinken. Je wilt je toch eigenlijk wel een beetje voorbereiden op de kennismaking van morgen, dus je vraagt de man en de vrouw om je wat meer over de eigenaar van de oase te vertellen.

Ze wisselen glimlachend een snelle blik uit, en dan beginnen ze te vertellen...